Mogelijke bijwerkingen

Zoals alle geneesmiddelen kan innohep® bijwerkingen veroorzaken, hoewel niet iedereen deze bijwerkingen krijgt.

Bijwerkingen kunnen zijn:

  • Zeer vaak voorkomen (bij meer dan 1 op de 10 patiënten)
  • Vaak voorkomen (bij meer dan 1 op de 100, maar minder dan 1 op de 10 patiënten)
  • Soms voorkomen (bij meer dan 1 op de 1.000, maar minder dan 1 op de 100 patiënten)
  • Zelden voorkomen (bij meer dan 1 op de 10.000, maar minder dan 1 op de 1.000 patiënten)
  • Zeer zelden voorkomen (bij minder dan 1 op de 10.000 patiënten)


De meest gerapporteerde bijwerkingen van innohep® zijn bloedingen, een omkeerbare verhoging van de leverenzymen, een omkeerbare verlaging van het aantal bloedplaatjes en diverse huidreacties.
 
De bijwerkingen zijn hieronder gerangschikt per orgaanklasse en de individuele bijwerkingen zijn gerangschikt, startend met de meest frequent gerapporteerde.

Bloed- en lymfestelselaandoeningen
Vaak: verlaagd aantal bloedplaatjes (trombocytopenie).
Zelden: heparine geïnduceerde trombocytopenie (HIT), waarschijnlijk allergisch van aard.
Onbekende frequentie: omkeerbare toename van het aantal bloedplaatjes (zonder symptomen).

Huid- en onderhuidaandoeningen
Vaak: uitslag.
Zelden: plotselinge vochtophoping in de huid en slijmvliezen bijv. keel of tong, ademhalingsmoeilijkheden en/of jeuk en huiduitslag, vaak als allergische reactie (angioedeem), netelroos, jeuk, plaatselijke afsterving van de huid.
Onbekende frequentie: het loslaten (blaarvorming) en afsterven van de opperhuid (toxische epidermale necrolyse: > 30% van de huid aangedaan, Stevens-Johnson syndroom: dezelfde verschijnselen, maar < 10% van de huid aangedaan).

Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen
Onbekende frequentie: botontkalking (osteoporose) is gerapporteerd in relatie tot landurige behandeling met heparine.

Voedings- en stofwisselingsstoornissen
Onbekende frequentie: verlaagde productie van het bijnierschorshormoon aldosteron (vooral bij patiënten met een verminderde nierfunctie en suikerziekte).

Bloedvataandoeningen
Zeer vaak: bloedingen. Bloedingscomplicaties kunnen vooral optreden bij het gebruik van hoge doses innohep® .

Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen
Vaak: plaatselijke irritatie ter hoogte van de injectieplaats (bloeduitstortingen).

Immuunsysteemaandoeningen
Zelden: allergische reacties (zoals roodheid, astma, koorts, flauwvallen en vaatkrampen).

Lever- en galaandoeningen
Vaak: afwijkende levertesten, meestal omkeerbaar na het stopzetten van de medicatie. 
 
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen
Zeer zelden: aanhoudende pijnlijke erectie.

Wanneer één van de bijwerkingen ernstig wordt of als er bij u een bijwerking optreedt die niet in deze bijsluiter is vermeld, raadpleeg dan uw arts of apotheker.

afdrukkenAfdrukken