Wat u moet weten voordat u innohep® gebruikt?

Gebruik Innohep® niet
Voor alle sterktes:

  • Als u overgevoelig bent voor tinzaparine of voor één van de andere bestanddelen van innohep®. Sommige formuleringen van innohep® bevatten natriumbisulfiet, zie “Belangrijke informatie over enkele bestanddelen van innohep®”.
  • Als u een verlaagd aantal bloedplaatjes heeft met een positieve samenklonteringstest met innohep® in een reageerbuisje (trombocytopenie).
  • Als u neiging tot bloedingen heeft bijvoorbeeld door: ernstig hoge bloeddruk, ernstig gestoorde leverfunctie, infectie van de binnenhartwand (endocarditis), hersenbloedingen, letsels of heelkundige ingrepen aan de hersenen, ruggenmerg, ogen of oren, netvliesbeschadiging veroorzaakt door hoge bloeddruk of suikerziekte.
  • Bij een dreigende abortus.
  • Bij kinderen jonger dan 3 jaar.
    Een ruggenprik voor pijnstilling tijdens behandeling met innohep® is niet toegestaan.
  • Bij ernstige nierziekte.


Wees extra voorzichtig met innohep® 

  • Als u een verhoogd risico heeft op bloedingsverschijnselen (bijvoorbeeld door hoge bloeddruk of ziekten aan ogen, lever, nieren, maag of darmen).
  • Als u nog andere geneesmiddelen neemt. innohep® mag niet samen toegediend worden met geneesmiddelen die invloed hebben op de bloedplaatjesfunctie of op de bloedstolling. Zie rubriek “Gebruik met andere geneesmiddelen”.
  • innohep® mag niet in de spieren toegediend worden, vanwege het risico op bloeduitstortingen.
  • Als u tijdens het gebruik van innohep® injecties in de spieren krijgt omdat het risico op bloedingen verhoogd is.
  • Een ruggenmergpunctie of een gelijkaardige procedure dient alleen na een grondige risico’s/baten analyse te worden uitgevoerd. 
  • Wanneer innohep® wordt gebruikt vóór een spinale of epidurale anesthesie (ruggenprik), moet u uw arts onmiddellijk inlichten als een van de volgende symptomen optreden: rugpijn, doofheid, zwakte in de benen, een gestoorde werking van de blaas en/of van de darmen.
  • Als u een slechte nierfunctie heeft. Uw arts kan dan besluiten om de behandeling te staken.
  • Als u eerder met heparines bent behandeld en een daling in de bloedplaatjes heeft gehad. Uw arts zal voorafgaand aan de behandeling een bloedtest uitvoeren om te kijken of innohep® voor u geschikt is.
  • innohep® kan een daling in het aantal bloedplaatjes veroorzaken, soms met ernstige gevolgen. Daarom zal tijdens de behandeling bloed worden afgenomen om dit te controleren. Als het aantal bloedplaatsje te laag wordt, moet de behandeling met innohep® worden gestaakt.
  • Als u zwanger bent en u heeft een kunsthartklep. innohep® wordt niet aanbevolen voor gebruik bij zwangere vrouwen met kunsthartkleppen.


Raadpleeg uw arts indien één van de bovenstaande waarschuwingen voor u van toepassing is, of dat in het verleden is geweest.

Gebruik met andere geneesmiddelen
Vertel uw arts of apotheker als u andere geneesmiddelen gebruikt of kort geleden heeft gebruikt. Dit geldt ook voor geneesmiddelen die u zonder voorschrift kunt krijgen. Gebruik zonder medisch advies geen andere geneesmiddelen gedurende de behandeling.

  • Voorzichtigheid is in het bijzonder geboden bij gelijktijdig gebruik van orale geneesmiddelen die de bloedstolling verminderen (bv marcoumar) of middelen die het samenklonteren van de bloedplaatjes remmen, zoals clopidogrel en dextran.
  • Bepaalde stoffen die worden gebruikt om bloedstolsels op te lossen (bijvoorbeeld na een hartinfarct), zoals alteplase en streptokinase dienen niet te samen met innohep® te worden gebruikt.
  • Ook koortswerende of pijnstillende middelen die acetylsalicylzuur (bv aspirine, ascal) bevatten dient u te vermijden, evenals ontstekingsremmende middelen (bv ibuprofen).
  • Het gelijktijdig gebruik van innohep® en steroïden (hormonen) en (geactiveerd) drotrecogin alpha (een geneesmiddel tegen trombose dat vooral op de intensive care wordt gebruikt) moet vermeden worden.


Het bloedverdunnende effect van innohep® kan door de hierboven genoemde middelen worden versterkt.

Zwangerschap en borstvoeding
Vertel het uw arts of apotheker indien u zwanger bent alvorens innohep® te gebruiken.

Gegevens van een redelijk aantal opgevolgde zwangerschappen geven geen aanwijzingen over een verhoogd risico op het verloop van de zwangerschap of voor de gezondheid van de foetus/pasgeborene bij het gebruik van dit product. Tot op heden zijn er geen schadelijke effecten aangetoond tijdens dierproeven. Gebruik van innohep® in wegwerpspuiten tijdens de zwangerschap kan worden overwogen indien noodzakelijk.

De werkzame stof wordt niet of nauwelijks uitgescheiden in moedermelk. Borstvoeding kan dan ook worden gehandhaafd tijdens het gebruik van innohep®.

Rijvaardigheid en het gebruik van machines
innohep® heeft geen of verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.

Belangrijke informatie over enkele bestanddelen van innohep®  innohep® 10.000 IE anti-Xa/0,5 ml, innohep® 14.000 IE anti-Xa/0,7 ml en innohep® 18.000 IE anti-Xa/0,9 ml bevatten natriumbisulfiet. Dit kan in zeldzame gevallen ernstige overgevoeligheidsreacties en bronchospasme veroorzaken.

afdrukkenAfdrukken