Leven met trombose en longembolie

Als u bepaalde leefregels in acht neemt, kunt u het verloop van de behandeling gunstig beïnvloeden. Ook herhaling van de trombose of embolie of het posttrombotisch syndroom kunt u helpen voorkomen. Hieronder vindt u een aantal nuttige adviezen.

Leefregels en adviezen:

  1. Als u bepaalde leefregels in acht neemt, kunt u het verloop van de behandeling gunstig beïnvloeden. Ook herhaling van de trombose of embolie of het posttrombotisch syndroom kunt u helpen voorkomen. Hieronder vindt u een aantal nuttige adviezen.Neem uw antistollingstabletten in volgens de aanwijzingen op de doseringskalender van de trombosedienst. Uit het bloedonderzoek blijkt hoe uw bloedsstolling op de tabletten reageert. Daarom kan het aantal tabletten dat men u voorschrijft, variëren. Ga hier niet zelf mee experimenteren. Bent u vergeten uw medicijnen in te nemen? Vraag dan zo snel mogelijk advies bij de trombosedienst. Neem in ieder geval niet zomaar de vergeten tabletten bij de voorgeschreven tabletten van de eerstvolgende keer, omdat dit gevaarlijk kan zijn.
  2. Houdt u aan de controle-afspraken met de trombosedienst. Tijdens deze controles stelt men de dosering bij. Neem in geval van verhindering zo snel mogelijk contact op met de trombosedienst.
  3. Dit geldt ook voor controle-afspraken met uw huisarts of specialist.
  4. Draag de voorgeschreven elastische kousen, dus kousen op maat, aangemeten door een bandagist. Trek de kousen meteen aan als u uit bed komt. Uw benen zijn dan nog dun, waardoor dit gemakkelijker gaat. Voor het aantrekken van elastische kousen zijn verschillende hulpmiddelen in de handel. ‘s Nachts hoeft u de kousen niet te dragen.
    Volg de wasadviezen voor de kousen, zodat ze zo lang mogelijk goed blijven werken. Door te weinig wassen worden ze minder effectief. Vervang de kousen zodra ze niet goed meer zitten (te los), maar in ieder geval eens in het jaar en laat ze dan opnieuw aanmeten! Meestal krijgt u hierover bericht van de bandagist. Als u de kousen twee jaar lang dagelijks draagt, loopt u 50% minder kans op het posttrombotisch syndroom.
  5. Bent u ziek? Meld dit direct aan de trombosedienst. Misschien moet u dan eerder gecontroleerd worden. Uw ziekte kan de werking van de antistollingstabletten verstoren, bij diarree bijvoorbeeld.
  6. Ook andere medicijnen, bijvoorbeeld acetylsalicylzuur (Aspirine®) of antibiotica, kunnen de werking van de antistollingsmiddelen beïnvloeden. Het is van groot belang dat de trombosedienst steeds op de hoogte is van de medicijnen die u precies gebruikt. Dus ook als u nieuwe medicijnen krijgt, of juist met medicijnen stopt, of als er een dosering verandert. Vraag bij de apotheek of u de trombosedienst direct moet informeren of dat u hiermee kunt wachten tot de volgende controle. Draag een medicijnkaart bij u. Dit is handig voor uzelf, maar ook voor het geval u in een vreemde omgeving iets overkomt. Uw apotheek heeft een medicijnkaart voor u, maar ook de Nederlandse Hartstichting.
  7. Antistollingsmiddelen remmen de vorming van stolsels in het bloed. Daardoor krijgt u gemakkelijker blauwe plekken en blijven wondjes langer bloeden. Ook een bloedneus kan (vaker) voorkomen. De trombosedienst kan u in zo’n geval advies geven.
    Is uw urine felrood gekleurd of uw ontlasting gitzwart? Dit wijst op ernstige bloedingen in uw lichaam. Neem direct contact op met uw huisarts en met de trombosedienst.
  8. Moet er bij u een tand of kies getrokken worden? Vertel uw tandarts dat u onder behandeling bent bij de trombosedienst. Dan kan hij of zij ervoor zorgen dat u niet onnodig lang nabloedt. Dit geldt ook voor kleine chirurgische ingrepen.
  9. De anticonceptiepil geeft een verhoogde kans dat u opnieuw een trombose krijgt. Overleg dit met uw specialist.
  10. Antistollingsmiddelen tijdens de zwangerschap kunnen schadelijk zijn voor de baby. Wanneer u deze medicijnen maar gedurende een korte periode gebruikt, kunt u het beste tijdens die periode zorgen voor betrouwbare anticonceptie. Raakt u toch zwanger? Neem dan direct contact op met de trombosedienst en uw huisarts. Als u de medicijnen gedurende een lange periode gebruikt en u wilt zwanger worden, overleg dan met uw specialist.
  11. Sport u graag? Vermijd blessuregevoelige sporten en contactsporten, om de kans op bloedingen te beperken. Het gaat bijvoorbeeld om voetbal, rugby, hockey, vechtsporten, skiën, paardrijden, basketbal en schaatsen.
  12. Gaat u met vakantie? Meld dit aan de trombosedienst, dan kan de controledatum en/of doseringsperiode worden aangepast. De trombosedienst kan u een speciale brief meegeven waarin staat dat u onder behandeling bent. Vooral in het buitenland is zo’n brief nuttig. In Nederland kunt u op controle bij een andere trombosedienst.
  13. Vermijd langdurig stilzitten of stilstaan. Lichaamsbeweging is van groot belang. Beweeg minimaal dertig minuten per dag. Als u zit, leg uw been dan omhoog. Maak ieder half uur cirkelvormige bewegingen met uw voeten, want dat stimuleert de bloedsomloop in uw benen.
  14. Het posttrombotisch syndroom is nooit helemaal te genezen, maar u kunt de klachten en verschijnselen beperkt houden door ervoor te zorgen dat het onderbeen niet te veel opzwelt. Dus: met tussenpozen uw benen hoogleggen, slapen met een verhoogd voeteneind, voldoende lichaamsbeweging en vooral elastische kousen dragen.
  15. Uw klachten zullen vrij snel nadat u met antistollingsmiddelen begonnen bent, afnemen. Dan kunt u al uw dagelijkse activiteiten weer oppakken. Op welk moment dat precies is, en hoeveel u dan aankunt, is voor iedereen verschillend. Ga niet over pijngrenzen of vermoeidheidsgrenzen heen. Uw lichaam geeft zelf aan wat mogelijk is en wat niet. Wanneer u genezen bent van trombose of longembolie, kunt u alles weer doen.


Bron: Folder Trombose en longembolie - Nederlandse Hartstichting

afdrukkenAfdrukken