Nazorg

Controles door huisarts en specialist
De controle van de INR - dat is de stollingswaarde van het bloed - en de dosering van de antistollingsmiddelen gebeuren door de trombosedienst.De controle van de INR - dat is de stollingswaarde van het bloed - en de dosering van de antistollingsmiddelen gebeuren door de trombosedienst. Daarnaast gaat u over het algemeen binnen drie maanden en nog een keer één jaar na de trombose voor controle naar uw huisarts of specialist. Of er meer controles nodig zijn hangt af van uw klachten, de duur van uw behandeling en de oorzaak van uw trombose of longembolie.
Tijdens deze controles kunt u vragen stellen over uw trombose of longembolie of over eventuele gevolgen die u hiervan in uw dagelijks leven ondervindt. Neem bij tussentijdse klachten altijd contact op met uw huisarts of specialist.

Complicaties
Ondanks de behandeling kan een trombose of longembolie zich uitbreiden of opnieuw optreden. Door de antistollingsmiddelen kunt u ernstige bloedingen krijgen, die u onmiddellijk moet melden aan de trombosedienst of aan uw huisarts.
Denk bij ernstige bloedingen aan neusbloedingen, bloedingen in het oogwit, maar ook aan rood gekleurde urine en zwartgekleurde ontlasting. Zelf kunt u complicaties helpen voorkomen door u strikt te houden aan de voorgeschreven dosering van de antistollingsmiddelen. Door het steeds dragen van de elastische kous kunt u de kans op pijnklachten of een vermoeid gevoel in het been op langere termijn sterk verminderen.

Kans op herhaling
Als u eenmaal een diep veneuze trombose of een longembolie hebt gehad, hebt u ook meer kans dat u na de antistollingsbehandeling opnieuw een trombose of longembolie krijgt. Dit kan op dezelfde plaats gebeuren of op een andere plaats. Het is daarom belangrijk dat u oplettend bent als u klachten krijgt die kunnen passen bij een trombose of longembolie. In zulke gevallen moet men altijd onderzoeken of de klachten ook daadwerkelijk het gevolg zijn van trombose of longembolie. Als u zich in een situatie bevindt of hebt bevonden die het risico op trombose of longembolie verhoogt, kunt u het beste de artsen hiervan op de hoogte brengen. Zij kunnen dan passende maatregelen nemen om de kans op een nieuwe trombose of longembolie te verkleinen.

Bron: Folder Trombose en longembolie - Nederlandse Hartstichting

afdrukkenAfdrukken